Schalmei From the moment you hear this sound,
until you kiss someone with beautiful eyes
vrijdag, september 09, 2005
Bedenkingen in Bhaktapur II
Het is eigenlijk niet verwonderlijk dat ik de laatste dagen zoveel nadenk over godsdienst, of beter nog over het bestaan van God. Uiteindelijk bevind ik mij momenteel dacht en nacht tussen mensen die op vele manieren concreet uitdrukking geven aan de aanwezigheid van de Goden in hun wereld. Elke morgen, bij het eerste licht, zegenen ze hun werkplaatsen, steken er wierookpotjes aan en gaan even op bezoek bij hun God in een van de vele tempels. Zelfs melk en boter spelen hier een rol in eeuwenoude rituelen, daar waar ze bij ons enkel nog een economische waarde vertegenwoordigen.Indien je hier zou beweren dat God dood is, wordt je zonder twijfel aanzien als een sul. Ik dwaal af, eigenlijk dacht ik na over de vraag of God nu al dan niet bestaat. "Als het heel slecht wordt komen ze wel in groten getale terug naar de kerk". Deze uitspraak stoort me heel erg, wordt hiermee nu alle miserie op aarde aanvaardbaar gemaakt. Krijgen we de garantie dat alle onheil ophoudt als we met zijn allen onvoorwaardelijk in het bestaan van God, waarom niet alle Goden, zouden geloven. Ongetwijfeld niet. Dat ik dit tweegesprek uitschrijf (tijdens mijn jeugd voerde ik voortdurend in gedachten tweegesprekken met God) zou kunnen betekenen dat hij voor mij ook wel een beetje dood is. Als jongen had ik zonder twijfel het gevoel dat iets mij koos, mij uitnodigde, mijn uiteindelijke keuze bepaalde. Moet ik nu op latere leeftijd gaan getuigen dat ik als kind in een val gelopen ben, het slachtoffer ben van een meesterlijk complot. Alles afdoen als fictie door enkele intellectuelen in het leven geroepen om op die manier de realiteit te leiden en de wereld in hun greep te krijgen. Misschien is het beter om zelf een verhaal te vertellen, niet omdat ik het een bijzonder verhaal vind, maar gewoon omdat verhalen nu eenmaal thuishoren bij zaken die aan God raken. Het hoofdpersonage, Ratan genoemd, leidde zoals velen een onopgemerkt bestaan. Getrouwd, vader van twee kinderen, lid van een plaatselijke sportvereniging, alles bij elkaar een doodgewone man. Het drukke moderne leven, jarenlange hypothecaire koorts, hadden hem zonder dat hij er zelf erg in had naar een totale zenuwinzinking gebracht. In de beginfase hield hij zich afgezonderd, daarna trok hij steen voor steen een muur rondom zichzelf op die uiteindelijk uitgroeide tot een versterkte burcht. Nu was er geen ontkomen meer aan, zonder dat iemand er iets van had gemerkt was hij in elkaar gestort. Niet meer bij machte fictie van realiteit te scheidden had op een morgen, na een van de vele slapeloze nachten, een idee zich meester van hem gemaakt. Hij was er vast van overtuigd dat men het overbevolkingprobleem wou oplossen door een nucleaire bom op grote hoogte te laten ontploffen waardoor alleen de allersterksten zouden kunnen overleven. Een volstrekt zuivere gedachte om de anderen te vrijwaren zette hem ertoe aan zijn medemensen in te lichten. Ondanks het feit dat velen hem voor gek verklaarden volharde hij in zijn gevoel.Voor het aankomende drama bood uiteindelijk alleen een atoomschuilkelder een praktische oplossing. Na heel wat denkwerk besloot hij voor zichzelf geen schuilkelder te bouwen.Hij had een keuze, een irrationele keuze, die hem losweekte van angst en menselijke instincten. Op deze wijze gaf hij zich over aan Gods wil. In Ratan's geest is de bom uiteindelijk echt tot ontploffing gekomen, en is hij er vast van overtuigd dat het God is die hem door deze moeilijke tijd geloodst heeft. Ikzelf ben blij dat ik in God mag geloven, al was het maar om mij te behoeden van enige zelfingenomenheid.