Schalmei
From the moment you hear this sound, until you kiss someone with beautiful eyes


zaterdag, juni 28, 2003  

Dag Zestien (deel I)

Het restaurant waar we gisteren gegeten hebben, lag zowaar pal op hoek van een straat. Op het eerste zicht had het punten van overeenkomst met een pompstation, ware het niet dat het geheel omringd was met een muurtje waar bovenop nog een extra traliewerk gemonteerd stond. Roestige stalen platen die dienst doen als dak moeten er voor zorgen dat de gasten bij regenbuien droog blijven. Het is voor mij op dit moment niet duidelijk of het onveiligheidsgevoel al dan niet wordt afgezwakt door de gewapende politie die constant in het straatbeeld aanwezig is. We zaten nog maar pas aan tafel toen een man in maatkostuum van achter de-met-mozaïek-steentjes-bezette toog kwam en de buitenlandse gasten verwelkomde . Hiervoor maakte hij gebruik van de geluidsinstallatie die net naast de keukendeur stond opgesteld. Aansluitend begon hij het beste van zijn "repertoire" te playbacken. Het volume stond zo hoog dat het niet meer mogelijk was een normaal gesprek te voeren. Dit moet de druppel geweest zijn die de emmer deed overlopen, want Danny liep plots geïrriteerd weg, als ik het allemaal goed begrepen heb, ergerde hij zich nog het meest aan de stank van de uitlaatgassen die hier overal kon rondhangen. We hebben de uitbater gezegd dat deze overdreven ontvangst voor ons niet nodig was, en wat later hebben we uiteindelijk eten besteld. De maaltijd was heel lekker, de schotels waren tevens zo rijkelijk gevuld dat de aanwezige straatkinderen er naderhand van konden mee eten. In ons hotel is alles super beveiligd, traliehekken aan de ingang en kamerramen, zelfs de "air-intake" kanalen zijn afgesloten. Het lijkt wel of je hier niemand meer kan vertrouwen.

posted by Eric | 8:51 a.m.


zondag, juni 22, 2003  

Dag Vijftien

Het is een hele drukke bedoening in het station van Rio Bambo. Het treinstel staat reeds klaar, een zilverkleurige diesel-locomotief, twee goederenwagons en drie rode passagiersrijtuigen uit lang vervlogen tijden . Het retro gevoel wordt nog extra versterkt door een licht grijze mist die over de stad hangt. Als we de reisgids kunnen geloven is dit een hoogtepunt in ons reisprogramma. Wel werd er gesuggereerd de trip op het dak van één der twee goederenwagons te beleven. Zelf besluit ik toch maar om de rit in een van de passagierswagons door te brengen. Zoals verwacht is het niet moeilijk om een comfortabel plaatsje aan het raam te bemachtigen. Onze rugzakken zijn ondertussen veilig opgeborgen in een compartiment waarvan de deur op slot kan, ook hier gaat het gerucht de ronde dat er tijdens de reis altijd wel iets verdwijnt. Het is ongeveer zeven uur als de trein vertrekt voor een rit die ongeveer vier en een half uur gaat duren. Het treinstel komt krakend in beweging, elke keer het een bocht neemt, kan je de toeristen op het dak van de goederenwagons zien zitten. Met hoeveel ze zijn is moeilijk in te schatten, wel kan je merken dat ze heel dicht op elkaar gepropt zitten. De zachte vierkante zitmatjes die vooraf voor één dollar werden gehuurd, komen zeker goed van pas. De meesten kijken constantdoor de zoeker van hun camera, begrijpelijk, gezien de onophoudelijke stroom van panoramische beelden die je te zien krijgt. Binnen in de wagon zijn het twee muzikanten die extra sfeer brengen; de zanger wordt in al zijn liedjes begeleid door een zeer bekwame panfluitspeler. Achteraan haalt iemand kepies uit een kartonnen doos die ietwat verdoken achter een van de zitbanken is neergezet. Enkele ogenblikken later paraderen er een twaalftal kontroleurs op onze trein, ze wandelen mooi rechtop in de gang en maken hier en daar een praatje met de ecuadoraanse vrouwen. Een man met een wat grotere pet vraagt onze ticketten en doorboort ze meerdere malen met zijn verchroomd kniptangetje. We hebben al een hele tijd gereden als plots de trein tot stilstand komt vlak voor het station in het centrum van een klein dorpje. De rails lopen zowaar door het dorp, er is helemaal geen afsluiting voorzien om te voorkomen dat iemand over het spoor kan lopen. Meerdere eettentjes staan opgesteld tot vlakbij de trein, je kan de bestelling van uit het open raam zomaar aannemen. Pas nu dringt het tot me door dat deze trein eigenlijk enkel nog rijdt als toeristische attractie. Beschadigingen aan het spoor veroorzaakt door de vele aardverschuivingen maken het momenteel onmogelijk de complete afdaling te maken . Daarom rijdt men nog verder tot net voorbij de spectaculaire " El Diablo ", waarna we terug keren naar hetzelfde dorpje. Het allerlaatste stuk is adembenemend, de trein gaat nu in een zigzag beweging naar beneden. Op elk dood lopend deel wordt er gerangeerd waarbij de trein meermaals heen en weer rijdt omdat hij niet door een van de vele wissels geraakt. Ondertussen werkt de schoonheid en ongereptheid van de natuur enorm inspirerend, onophoudelijk op ons in. De verdere afdaling naar Guyaquil dient dus noodzakelijkerwijs te gebeuren per autobus. Net voor het vertrek blijft onze chauffeur nog even staan voor een Maria-beeldje dat staat opgesteld in een hoek van het busstation. Zoals me reeds eerder is opgevallen, is ook hier het beeld aangekleed volgens de plaatselijke traditionele klederdracht. Het lijkt me wel boeiend hier een fotoreportage over te maken, je zou het de nationale catalogus voor streekmaria beeldjes kunnen noemen. Stilaan verlaten we het Andes gebergte, dat als een ruggegraat door Zuid-Amerika loopt. Op onze weg naar de grootstad Guayaquil -iets dat men wel mag zeggen van een stad die twee miljoen inwoners telt- passeren we ontelbare banaanplantages. Kleine schroefvliegtuigjes, allen uitgerust met sproei-installaties, vliegen constant heen en weer. Plots komen de beelden van de cubaanse plantages die tijdens een filmvoorstelling op een reis happening werden getoond weer naar boven. Het zou naïef zijn te denken dat er hier geen maffia toestanden zouden bestaan. Ik ben heel erg vermoeid als we om negentien uur in Guayaquil toekomen waar we per taxi naar ons hotel worden gebracht. Bij het buiten stappen om iets te gaan eten raadt de hotelbaas ons aan niet naar het linkerdeel van de stad af te zakken. Hij zegt dat daar geregeld mensen worden beroofd door de vele bendes en straatkinderen die hier opereren.



posted by Eric | 1:53 p.m.


zaterdag, juni 14, 2003  

Dag Veertien

Vandaag vertrekken we naar "Rio Bambo", de plaats vanwaar de veel besproken treintrip in het hooggebergte vertrekt. We zien het gecharterde minibusje reeds van ver staan, als we terug komen van het marktplein waar we gisteravond in een restaurantje ons ontbijt hadden besteld. Dit leek de enige manier om wat tijd te winnen, want de vorige dagen hadden we steeds gezien dat het hulpje van de zaak een hele reeks boodschappen ging doen na onze bestelling. Bij het instappen kom ik al vlug tot de vaststelling dat het busje niet zo comfortabel zit, het is niet mogelijk mijn voeten op de grond te zetten. Met schuin opgetrokken benen en de knieën lichtjes in de vorige zitting ingedrukt raak ik op mijn plaats. Eerst houden we nog halt op een plaats waar we goed zicht hebben op de rookpluim die uit de vulkaankrater naar omhoog stijgt, en dan wordt de lange tocht aangevat. Gelukkig bezoeken we in de late namiddag de center van "Ponce Quilotoa" waar we de mogelijkheid hebben om een klimtocht van tweehonderd meter te maken. Gezien deze tocht start op vierduizendachthonderd meter wordt dit voor mij een eerste kennismaking met het hooggebergte. De laatste dagen heeft Alex zich zo'n beetje als onheilsprofeet opgesteld, hij wil problemen vermijden die het verdere verloop van onze reis zouden bemoeilijken. Het is in het verleden reeds voorgevallen dat mensen met de grootste spoed ogenblikkelijk naar beneden gebracht worden en enkele dagen in bed dienden te blijven om te bekomen. Gelukkig is het vandaag een prachtige zonnige dag, wel staat er een onophoudende ijzige wind. Met de raadgevingen van Alex in het achterhoofd begin ik aan de klim. De ideale techniek bestaat er in je tempo zodanig aan te passen zodat je rustig door je neus kan blijven ademen. Als je door de mond ademt, wordt deze lucht niet opgewarmd, zodat deze koude luchtstroom ook de maag gaat afkoelen. Na een tijdje is het noodzakelijk om even te stoppen, het lijkt wel of ik niet voldoende lucht naar binnen krijg. Dankbaar maak ik van deze rustpauzes gebruik om wat warme thee te drinken die we voor de aanvang hebben klaargemaakt. Soms zie je ook kleine kruisjes in de onmiddellijke omgeving van het pad, opgericht ter nagedachtenis van de mensen die hier zijn omgekomen. Er zijn veertig minuten verlopen als ik in de tweede caban aankom, waar de eersten ergens op een rotsblok zitten uit te rusten. Binnen in de hut krijgen we een coca thee te drinken, ideaal tegen de hoogteziekte naar het schijnt. Toch voel ik dat hoofdpijn nu niet lang meer zal uitblijven, het lijkt wel of de adertjes op mijn hoofd lichtjes samentrekken. Na een half uurtje beginnen de eerste mensen terug af te dalen, we zijn te kort in het hooggebergte geweest om aangepast te zijn aan deze omstandigheden. De lepel warme soep zakt langzaam af tot in mijn maag, en al gauw raak ik terug op temperatuur. Een paar mensen van de groep zien er belabberd uit, ze kunnen hun eten niet binnen houden, alles moet er ogenblikkelijk terug uit. We zijn net vertrokken in de richting van het hotel en komen dan tot de vaststelling dat we Marc vergeten zijn, eigenlijk een beetje verwonderlijk als je weet dat hij normaal gezien altijd bij de eersten bevindt. Buiten een lichte hoofdpijn die ik bij aankomst in het hotel bestrijd met Dalvalgan heb ik de beklimming goed verwerkt. Het maakt me ontzettend blij dit alles te kunnen beleven. Enkel Viviane is niet bij machte om mee naar het chinees restaurant te gaan. Vrij vlug nadien zijn we gaan slapen, want morgenvroeg om zeven uur vertrekt de trein

posted by Eric | 10:11 a.m.


zaterdag, juni 07, 2003  

Dag Dertien

Internet is een hele vooruitgang. Overal ter wereld is het nu mogelijk om een e-mail te verzenden, als het een beetje mee zit slaag je er zelfs in nog dezelfde dag met elkaar te communiceren. In situaties waar je extra documenten zou nodig hebben kan iemand van de thuisbasis je die ook eventueel vrij vlug bezorgen. Het kost je hier één dollar per uur, niet te vergelijken met de traagheid en kostprijs van de plaatselijke post! Vandaag gaan we paardrijden in de omgeving van Bänos, iets waar ik niet erg gerust in ben. Mijn enige ervaring dateert van achtentwintig jaar geleden toen ik op vakantie in Spanje was. Zoals iedereen krijg ik ook een paard toegewezen door de verantwoordelijke van de manège. Het is een lichtbruine hengst met witte vlekken die door de begeleider "Superman" wordt genoemd. Als moed betekent dat je ondanks het gevoel van angst toch niet opgeeft, mag ik vandaag mezelf als moedig bestempelen. Gelukkig word ik op het paard geholpen, en vlug kom ik tot de vastelling dat het dier bij de minste aanwijzing ogenblikkelijk reageert. Het eerste stuk van de tocht gaat door het centrum van het dorp, waar het dier meteen te kennen geeft niet graag achteraan in de groep te lopen. Al stappend verlaten we de dorpskom en vervaagt het geluid van de hoefijzers op de asfaltweg. Hoelang we reeds gereden hebben kan ik moelijk inschatten, maar plots meen ik te begrijpen dat de begeleider vraagt of we niet vlugger willen rijden. Ogenblikkelijk springt mijn wit gevlekte hengst de koploper achterna, ik wordt heen en weer geschud en heb moeite om recht in het zadel te blijven. Steeds krachtiger kom ik op het zadel terecht waarbij het me steeds meer moeite kost om de hoorn van het westernzadel vermijden. Het is een ware verademing als na een poosje het draven ophoudt en we terug stappend met de dieren de bergen intrekken. Nog een enkele keer krijg ik het echt benauwd, de enkele aanwijzingen van Ann zorgen ervoor dat ik net niet van het paard afval. Er is niet veel nodig om te begrijpen dat ook hier alles van je techniek afhangt, zeker als je niet over enige natuurlijke aanleg blijkt te beschikken. Na een rustpauze van ongeveer dertig minuten volgt er nog een afdaling via een heel smal paadje, waar de dieren allen netjes op een rij met enige afstand tussen elkaar hun eigen weggetje gaan. Heel even kom ik in de verleiding om met één hand aan de teugels, de andere in de lucht zoals je John Wahne in de cowboy films ziet doen na te bootsen, ondertussen kijkt onze leider glimlachend in mijn richting. Terug in Bänos is het moeilijk om een plekje te vinden dat geen pijn doet, zelfs de binnenkant van mijn rechterbil die heel de tijd tegen het riempje van het zadel heeft geschuurd, is helemaal geïrriteerd. Er is niet veel tijd om te zeuren want we zijn nog maar net de douche uit of etenstijd is aangebroken. Het feit dat er hier een Frans restaurant te vinden is, bevestigt onze eerdere indruk dat Bänos een toeristische trekpleister is. We zijn nog maar net aan het aperitief begonnen of een viertal plaatselijke muzikanten stappen het restaurant binnen. Bij het horen van de eerste klanken besluiten Bart, Marc, Danny en zijn vrouw Ann die vinden dat er nu plots te veel lawaai is even een ommetje te maken. Ondertussen speelt het viertal zijn programma verder af, enkel de man met de grote trommel blijkt veel moeite te hebben om zijn ritme te houden. Als het echt te erg wordt begint de violist extra hard met zijn voet op de grond te stampen zodat hij vlug de goede cadans terugvindt. Het is al donker als we terugkeren naar ons hotel, de steak "Aux Fines Herbes" heeft me er weer helemaal bovenop gebracht.

posted by Eric | 8:11 a.m.
archives
links