Schalmei From the moment you hear this sound,
until you kiss someone with beautiful eyes
vrijdag, mei 30, 2003
Dag Twaalf
Gisteren heb ik me niet ingeschreven voor de rafting die vandaag doorgaat. Het is waarschijnlijk de negatieve ervaring van enkele jaren geleden in Vaujany die mij heeft doen afzien van deelname. Ook Marc die enkele jaren geleden in Brazilië tijdens het raften zijn been gebroken heeft, is thuis gebleven De lichte diarree waarmee ik deze morgen ben opgestaan had het mij waarschijnlijk vandaag extra moeilijk gemaakt. Ook komt op die manier wat tijd vrij om eens naar huis te bellen, een gevoel dat me sinds de amazonetocht niet heeft losgelaten. Gezien het tijdsverschil van zeven uur is het niet zo voor de hand liggend om iemand aan de lijn te krijgen. Het duurt een hele tijd alvorens ik een telefooncel gevonden heb, het feit dat ik geen Spaans spreek maakt het zeer spannend om aan een telefoonkaart te geraken. In een van de vele kleine winkeltjes vind ik uiteindelijk een kaart voor de prijs van vier dollar. Het gesprek met België verloopt heel moeizaam, tot tweemaal toe moet ik terug naar de winkel om een kaart te kopen. Alhoewel alle kaarten dezelfde belwaarde hebben verschillen ze allen van tijdsduur. Het is best een tijdje te wachten als je iets gezegd hebt, zo niet lijkt het wel of je allebei tegelijkertijd spreekt. Gelukkig vormen de flarden van de drie gesprekken een goed te begrijpen geheel, zodat mijn inspanningen niet voor niets geweest zijn. Ondertussen is gans het dorpje tot leven gekomen, een brass-band komt het dorpsplein opgestapt, vooraf gegaan door een oude man die om de haverklap vuurpijlen afschiet. Eerst zet hij een glazen fles op de grond waarin hij het houten stokje van de pijl steekt, hoog in de lucht komen ze tot ontploffing. De muzikanten worden gevolgd door een groep jonge meisjes die allen een donkerrode roos in de rechterhand dragen, daar achter komen een paar volwassenen die een volledig in het wit gekleed Maria beeldje dragen. Of dit alles in verband kan gebracht worden met de actieve vulkaan uit de buurt kan ik niet achterhalen. In het kleine dorpspark loop ik toevallig Marc tegen het lijf. Hij staat een praatje te maken met het Belgisch koppel dat we enkele dagen geleden in de lagune hebben ontmoet. Samen met Marc ben ik rond vier uur vertrokken naar het zwembad van Banös waar we met de rest van de groep hebben afgesproken. Het door vulkanische werking opgewarmde thermische water is ongeveer vijfenveertig graden Celsius, het werkt prikkelend in op onze verbrande huiden. Tijdens de gesprekken blijkt dat ik niet de enige ben die buikloop heeft gehad vandaag, Danny de echtgenoot van Ann is ook niet gespaard gebleven. Na deze verfrissende zwempartij ben ik er samen met Peter op uit getrokken om onze postkaarten te posten en aansluitend hebben we nog enkele souvenirwinkeltjes verkend.
Van uit het centrum van Banôs vertrekken we per mountain-bike voor een tocht van ongeveer dertig kilometer naar "Rio Verde". Eerst volgen we de druk bereden avenue Amazonas naar Quito, die we gelukkig reeds na enkele kilometers verlaten. Aan de linkerkant van de weg nemen we een grindweg richting "Represa Agoyan" die ons na een honderdtal meter midden in een gigantische natuur brengt. Steile afgronden aan de rechterkant, terwijl aan de andere kant het water van hoger gelegen gebieden langs de steile rotswand naar beneden stroomt Verspreid over een afstand van ongeveer één kilometer vordert onze groep door de Rio Blanco. In de delen bergop gaat het niet zo goed voor mij, meestal blijf ik zowat in het midden van de groep hangen. In de afdalingen daarentegen rijd ik samen met Remy gemakkelijk tot in de voorste gelederen, waarbij de wind ons fluitend langs de oren zoeft. Aan de "Vallon del Diablo" aangekomen worden eerst de fietsen met een ketting aan een betonnen paal vastgemaakt, en even later zitten we allen op een schaduwrijk terrasje met een koele frisdrank te genieten. Zo na een half uurtje heeft iedereen zijn tweede adem gevonden en dalen we verder te voet af tot aan het uitzichtpunt op de prachtige waterval. Een dichte mist -veroorzaakt door het vele vernevelde water- maakt het bijna onmogelijk een foto te maken. Van op een hangbrug -die een beetje lijkt op die uit de tarzan films- probeer ik dan toch maar om het geheel in beeld te brengen. Fietsen lijkt hier wel verslavend te werken, want terug boven gekomen blijkt dat iedereen nog verder wil trekken. Waarschijnlijk zijn we in al ons enthousiasme te ver gereden, want er is één uur verstreken en de voorziene pick-up is nog steeds niet gearriveerd. Enkel Bart en Marc blijken nog over reserves te beschikken want zij besluiten om de terugtocht per fiets aan te vatten. Uiteindelijk wordt er door Katlijn, de vrouw van Danny die reeds eerder vervoer had gevonden opnieuw een stationwagentje geronseld om ons terug te brengen. In België zou je waarschijnlijk geen drie staten ver geraken, hier kijkt iedereen geamuseerd toe als we met het overladen voertuig door de dorpjes rijden. Een tweetal bochten verder aan een kruispunt worden ook de twee koplopers opgepikt. De terugtocht is adembenemend, rakelings rijden we langs meters diepe ravijnen. Als plots in de tegenovergestelde richting een tankwagen opduikt houdt iedereen de adem in en kruipt zo dicht mogelijk bij elkaar. Terug in ons hotel blijkt er gelukkig vandaag wel warm water uit de douche te stromen, zeer welkom na zo'n stoffige dag.
De sterrenhemel op vierduizend meter hoogte is ontzettend mooi, het feit dat we ons in de omgeving van de nulmeridiaan bevinden maakt het mogelijk sterren te bekijken die je bij ons nooit kan waarnemen. Daarom vond ik het helemaal niet erg dat ik tot driemaal toe moest gaan plassen vannacht, zonder twijfel het gevolg van de grote hoeveelheden thee die we de laatste dagen gedronken hebben. Je krijgt werkelijk het effect van een gigantische koepel vol met lichtpuntjes. Daar de sterren voortdurend aan ons voorbij draaien heeft het weinig zin er een foto van te maken, het resultaat zou enkel een zwarte achtergrond geven vol witte strepen. Deze morgen hing er wat spanning in de groep, sommigen hebben niet zo best geslapen en willen uiteindelijk niets missen. Er is een groepje dat tot aan het meertje in de krater wil afdalen, anderen waaronder ik zelf willen er eens alleen op uit trekken. Ergens midden in een weide heb ik een ideaal plaatsje gevonden waar je gemakkelijk op je rug kan liggen en rustig kan genieten van de omgeving. Een stevige wind waait nu constant over de weilanden. De wolken drijven in noordelijke richting, en telkens de zon er tussen door schijnt krijg je de indruk dat het landschap overgoten wordt met een gele tint. Naarmate de tijd vordert, word ik meegezogen naar een andere tijd. Er heerst hier een ander tijdsritme, alsof de klok niet tikt maar mee wiegt met de door de wind bewogen grassprieten. Er bestaat hier geen leegte, het is alsof je bent omringd door de miljarden interstellaire stofdeeltjes, alsof je meedrijft met de drijvende kracht van het universum. Enkel het hondengeblaf uit de verte herinnert je eraan dat je nog op de aarde bent. Terug in de omgeving van de cabanne komt er plots een meisje met een lederen aktetas in de hand naar ons toegelopen. In het engels vertelt ze aan Peter en mij dat ze vertegenwoordigster is van een Amerikaanse firma. Tijdens het gesprek haalt ze een catalogus uit haar tas en wijst enkele plaatjes aan waarbij ze de tekst uit de folder herhaalt. Wat later toont ze ons een doos met proteïnen die volgens haar kan opgelost worden in water of melk. De jongen op de achtergrond lijkt haar aan te porren, want plots vraagt ze of we geïnteresseerd zijn in haar product. Als we haar zeggen dat we niets kopen groet ze nog even en samen met haar vriendje verdwijnt ze in de verte. Een zwart gevlekte witte zeug met daarachter twee biggetjes komt knorrend aangelopen, een van de kleintjes krabt zijn kopje aan de bank waarop we zitten.
Een deel van mijn vuil geworden klederen heb ik deze morgen afgegeven en afgesproken ze volgende week donderdag terug op te halen. Mijn kousen heb ik zelf gewassen en ga ik laten drogen aan een open raam tijdens de busrit naar de Laguna Quilotoa. Op onze weg naar het busstation zie ik door het raam van de trolleybus een lange dubbele rij mensen staan. " Filanbanco" staat er in grote letters op de gevel van het gebouw waar ze rustig staan te wachten. De rit verloopt over zanderige kronkelende bergwegen met hier en daar een geasfalteerde strook. Geregeld zie je langs de kant van de weg blauw geverfde rotsblokken met aan de zijkant een grote gele zon. We hebben ook het brouwsel van Alex tegen hoogteziekte meegenomen. Tijdens de vorige rit in het Andes gebergte was Marc ziek geworden en had de mengeling van thee, ontgaste coca cola en zout positief resultaat gehad. Daar de lagune gelegen is aan de rand van een uitgedoofde vulkaan ergens hoog in het gebergte leek het verstandig ook nu geen risico's te nemen. Ter plaatse blijkt dat er twee cabans voor onze groep voorzien zijn, een heeft vijf dubbele bedden de andere twee. De beddenbakken staan rond een centrale open haard opgesteld, ook liggen er een drietal dekens op ieder bed. Daar iedereen ook zijn slaapzak bij heeft lijkt het mij uitgesloten dat we deze nacht kou zouden hebben. Buiten aan de kraterrand worden we reeds opgewacht door kinderen die kleine schilderijtjes willen verkopen. Ze staan vol fantasierijke figuurtjes in felle kleuren. Het kratermeer, condor en zon zijn het centrale onderwerp van deze op houten plankjes geschilderde werkjes. Het is al donker en koud geworden als we met zijn allen in een van de kleine huisjes de warmte opzoeken. Ook hier is alles eenvoudig ingericht, twee houten tafels en een hele reeks met simili leder beklede stoelen vullen de ruimte. Na het avondmaal spelen we enkele gezelschapspelletjes, zowat het enige vermaak dat hier te bedenken is. Een tweetal piepkuikens vluchten steeds opnieuw de keuken in als het houten deurtje van de leefkamer open en dicht gaat, de vele nieuwsgierige kinderen komen en gaan. Persoonlijk heb ik het gevoel dat de laatste dagen traag verlopen, er is voldoende tijd om uit te rusten.
Eigenlijk had ik liever nog wat langer in het amazonewoud willen blijven, maar er is geen ontkomen aan; we gaan terug naar Quito! Gelukkig heb ik een T-shirt met lange mouwen aangetrokken, want de zon brandt verschrikkelijk hier op het water. De zonnecrème die Micheline net voor het vertrek kocht, komt nu zeer goed van pas. Je voelt de zon inbranden op de onbeschermde lichaamsdelen. Mijn reeds vervelde neus krijgt het nu extra te verduren. Marc die naast me zit heeft ondertussen donkerrode armen, hij twijfelt geen ogenblik als ik hem de tube crème aanreik. De foto-apparaten blijven opgeborgen in hun tasjes, het is voor iedereen een verademing als we door een schaduwrijk plekje varen. Terug aan wal bereidt de indiaanse vrouw die ons reeds de gehele tocht heeft vergezeld nog vlug een zalmslaatje. Ook nu hangt haar tweejarig kindje in de witte doek die rond haar lichaam is gewikkeld. De twee en een half uur durende busrit naar de luchthaven van Lagos Agrio wordt door de meesten slapend doorgebracht. Er is gelukkig nog wat tijd over om souvenirs te kopen in een winkel gelegen aan de rand van het dorp. De houten blaaspijpen met pijltjes krijgen bij velen de voorkeur, mijn aandacht gaat naar een beschilderd aardewerk potje.Voor de eerste keer hebben we een vliegtuig van de Ecuadoraanse luchtvaartmaatschappij, een lang smal wit toestel met blauwe letters. Alvorens we kunnen instappen, wordt er eerst een man op een brancard naar het vliegtuig gebracht. Dan mogen de vrouwen en kinderen instappen en vervolgens de mannen. We worden allen door gewapende militairen tot aan het vliegtuig begeleid. Samen met Peter zit ik net voor de zwaar verbrande man, iedereen kijkt bezorgt in zijn richting. Het regent een beetje als we rond halfvijf in Quito arriveren. De eigenares van het hotel heeft gelukkig nog een enveloppe in de lade van haar bureau liggen. Het geeft me hoop, het gaat me uiteindelijk nog lukken de kaartjes en brief die ik al een hele tijd geleden geschreven heb te verzenden, denk ik bij mezelf. De meesten van onze groep vinden het niet zo belangrijk om kaartjes te versturen. Ze hebben de ervaring dat ze te lang onderweg zijn, meestal zijn ze zelf eerder thuis. De volgende opdracht is een open postkantoor te vinden, als je de kaarten niet zelf ziet afstempelen bestaat er steeds de kans dat de zegels er worden afgeweekt en doorverkocht.